Bel 033 4602302 of mail naar info@spigt.nl

Burgerlijk procesrecht

  1. kort geding incasso vordering in coronatijd, niet zonder meer spoedeisend.
  2. Tussenkomst, procederen in verkeerde hoedanigheid, erfgenamen
  3. Courtage makelaar. Vermoeden dat er verband bestaat tussen dienstverlening makelaar en verkoop onroerend goed, nu de verkoop binnen 3 maanden na eindigen van de makelaarsovereenkomst heeft plaatsgevonden (artikel II.16 a.v.) Tegenbewijs geleverd.
  4. Arbeidsrecht; Procesrecht. Werknemersaansprakelijkheid art. 7:661 lid 1 en art. 7:658 lid 2 BW. Maatstaf opzet en bewuste roekeloosheid. Objectivering HR 14 oktober 2005, ECLI:NL:HR:2005:AU2235 (City Tax/[...]). Voordeelstoerekening. Bevrijdend verweer. Bewijslastverdeling. Passeren pleitnota schriftelijk pleidooi; twee-conclusieregel; goede procesorde. Proceskostenveroordeling; maatstaf in het...
  5. Procesrecht. Ontvankelijkheid hoger beroep. Beroepschrift bij hof per fax ingekomen met blanco bladzijden.
  6. Huwelijksvermogensrecht. Procesrecht. Art. 1:141 BW. Verrekenbeding in huwelijkse voorwaarden; bewijslastverdeling (art. 1:141 lid 3 BW). Pensioenverevening; af te storten pensioenbijdrage.
  7. Incident ex artikel 224 jo. 353 Rv. Geen zekerheidstelling proceskosten door de oorspronkelijke gedaagde, eiser in verzet en in hoger beroep.
  8. Bewijswaardering. Vervolg op Hof 17 december 2019 ECLI:NL:GHSHE:2019:4546.
  9. Kort geding. Vordering afgifte stukken o.g.v. 843a Rv toegewezen. Spoedeisend belang aanwezig. Rechtmatig belang voldoende duidelijk gemaakt. Geen weigeringsgronden.
  10. Wrakingsverzoek afgewezen. Het gesprek tussen de rechter en partijen aan het einde van het getuigenverhoor, dat kennelijk het karakter van een comparitie van partijen kreeg, ging over de verklaring van [naam] in verhouding tot de door de wederpartij ingebrachte tuchtrechtelijke stukken en de rechter heeft medegedeeld dat hij overwoog om het Openbaar Ministerie te vragen om een onderzoek in te s...
  11. Art. 81 lid 1 RO. Procesrecht. Compensatie voor passagiers luchtvaartmaatschappij op grond van EG-Verordening 261/2004 wegens annulering vlucht. Uitspraak kantonrechter waartegen geen hoger beroep open staat (art. 332 Rv). Ontvankelijkheid in cassatie; uitbreiding beperkte cassatiegronden (art. 80 lid 1 RO) tot schending EU-recht?
  12. Procesrecht. Compensatie voor passagiers luchtvaartmaatschappij op grond van EG-Verordening 261/2004 wegens annulering vlucht. Uitspraak kantonrechter waartegen geen hoger beroep open staat (art. 332 Rv); Small claims-Verordening. Ontvankelijkheid in cassatie; uitbreiding beperkte cassatiegronden (art. 80 lid 1 RO) tot schending EU-recht?
  13. Art. 81 lid 1 RO. Procesrecht. Compensatie voor passagiers luchtvaartmaatschappij op grond van EG-Verordening 261/2004 wegens annulering vlucht. Uitspraak kantonrechter waartegen geen hoger beroep open staat (art. 332 Rv); Small claims-Verordening. Ontvankelijkheid in cassatie; uitbreiding beperkte cassatiegronden (art. 80 lid 1 RO) tot schending EU-recht?
  14. Kort geding. Art. 843a Rv. Rechtsbetrekking niet voldoende aannemelijk gemaakt.
  15. Procesrecht. Subjectieve cumulatie. Verstek en verzet. Werkt het door de ene gedaagde ingestelde verzet tegen een verstekvonnis ook door in de verhouding tussen de oorspronkelijk eiser en de andere gedaagden? Regel van openbare orde. Ambtshalve onderzoek in hoger beroep.
  16. Art. 81 lid 1 RO. Procesrecht. Verhouding tussen provisionele uitspraak en uitspraak in de hoofdzaak. Is het hof dat oordeelt over hoger beroep tegen provisionele uitspraak gehouden ambtshalve de status van de hoofdzaak na te gaan?
  17. De rechtbank is niet bevoegd te oordelen, voor zover de vorderingen zijn gebaseerd op de aandeelhoudersovereenkomst, nu partijen in de aandeelhoudersovereenkomst een arbitragebeding zijn overeengekomen.
  18. Gedeeltelijke niet-ontvankelijkheid in verzet. Beroep op artikel 6 EVRM. Het belang van de betrouwbaarheid van de openbare registers weegt zwaarder dan het persoonlijk belang van een procespartij die tegen de levering van een registergoed in verzet komt.
  19. Tegen verstekvonnis van 27 juli 2011, op basis waarvan huurwoning is ontruimd, wordt pas op 13 september 2017 verzet ingesteld door de veroordeelde. De veroordeelde ontkent de woning te hebben gehuurd, bewoond en ontruimd. Is de verzettermijn onder deze omstandigheden door de ontruiming gaan lopen? Zijn er daden van bekendheid gepleegd waardoor de verzettermijn is gaan lopen? Het hof neemt gele...
  20. Onrechtmatige daad. Procesrecht. Geding na cassatie en verwijzing (HR 18 september 2015, ECLI:NL:HR:2015:2741). Eiswijziging in hoger beroep na verwijzing in strijd met tweeconclusieregel? Zorg- en waarschuwingsplicht bank; maatstaf.
  21. Straat- en contactverbod. Incidentele vorderingen: voorlopige voorzieningen (art. 223 jo. 353 Rv) en schorsing van de uitvoerbaar bij voorraadverklaring (art. 351 Rv). Verhouding tussen hoofdprocedure en incident.
  22. Omgangskortgeding; dwangsommen? Verhouding tot uitspraak van het hof waarin de onmiddellijke werking van de dwangsombeslissing in de bodemzaak is geschorst.
  23. Vergoeding schending auteursrecht op foto’s; diende raadsheer ten overstaan van wie het voorlopig getuigenverhoor heeft plaatsgevonden, het eindarrest in de hoofdzaak mee te wijzen?; art. 155 lid 1 Rv; geen melding van afwijking van regel en oorzaak daarvan in arrest; rechtsmiddelenverbod art. 155 lid 2 Rv; doorbreking rechtsmiddelenverbod met beroep op onmiddellijkheidsbeginsel?
  24. Proceskostenbeslissing in hoger beroep; toepasselijke criteria.
  25. Mkbasics heeft als verzuimbegeleider een beroepsfout gemaakt door niet tijdig de re-integratie in het tweede spoor in te zetten. Beroep op eigen schuld en voordeelsverrekening slaagt niet. Beroep op exoneratiebeding waarin aansprakelijkheid wordt beperkt naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar.
  26. Het hof bekrachtigt het oordeel van de voorzieningenrechter dat NSR de koopovereenkomsten inzake 48 gebruikte treinstellen terecht heeft mogen ontbinden en Ferotrans gehouden was om haar medewerking te verlenen aan de teruglevering, hetgeen zij inmiddels ook heeft gedaan.
  27. Vervolg op ECLI:NL:GHARL:2020:3938. Weigering dekking autoverzekering wegens mogelijk geënsceneerde aanrijding (7:941 BW, 7:952 BW). Hof is ambtshalve bekend met zaak tussen andere partijen bij hof Arnhem-Leeuwarden, waarin gedeeltelijk dezelfde betrokkenen een rol spelen. Hof vraagt partijen zich uit te laten over die zaak en de betekenis daarvan voor het geschil tussen partijen.
  28. Wraking en wraking van de wrakingskamer. Verzoeker niet-ontvankelijk/verzoek afgewezen.
  29. Afwijzing vordering 843a Rv en afwijzing vordering in incident tot gelasten van een getuigenverhoor om de landsadvocaat te horen over een mondeling verstrekte advies. Tevens afwijzing verzoek om alsnog (aanvullende) grieven te nemen nadat op het incident zou zijn beslist en de inhoud van het advies/getuigenis erover bij appellant bekend is.
  30. belang bij procedure ex art. 36 lid 1 Verordening nr. 655/2014 inzake het Europees bankbeslag?
  31. belang bij procedure ex art. 36 lid 1 Verordening nr. 655/2014 inzake het Europees bankbeslag?
  32. Kort geding. Opheffing conservatoir beslag. Derde-beslagene is niet gehouden aan beslaglegger informatie te verstrekken over beslagmogelijkheden die geen betrekking hebben op rechtsverhouding die derde-beslagene met beslagdebiteur heeft, ook niet als derde-beslagene onderdeel is van een groep en op grond daarvan er wetenschap van heeft dat er bij een andere rechtspersoon binnen de groep een bes...
  33. Vordering 843a Rv tegen schuldenaar en derde-beslagene. Rechtsbetrekking op basis van art. 476a/b Rv. Informatieplicht schuldenaar ex art. 475g Rv ziet ook op opgeven vermogensbestanddelen, maar strekt niet tot rekening en verantwoording (HR ZC0338).
  34. Vordering tot afgifte ex artikel 843a Rv van handtekeningenlijst behorende bij brief verzonden aan bestuur van vereniging. Vordering uit onrechtmatige daad onvoldoende aannemelijk. Geen rechtmatig belang bij afgifte.
  35. Kort geding. Tijdens de mondelinge behandeling wordt door gedaagde een beroep gedaan op de niet-ontvankelijkheid van eiser omdat eiser de verkeerde partij gedagvaard heeft. Door in de preprocessuele fase eiser er niet op te wijzen dat de verkeerde partij gedagvaard is, handelt gedaagde in strijd met de goede procesorde. Volgt niet-ontvankelijkheid van eiser en een (op nihil begrote) proceskoste...
  36. Incidentele vordering tot aanhouding. De enkele stelling dat de uitkomst van de te voeren verzetprocedure van belangrijke betekenis is in de hoofdzaak in de onderhavige procedure onvoldoende is om strijd met de goede procesorde aan te kunnen nemen.
  37. Procesrecht. Enquêterecht. Verzoek onmiddellijke voorziening op voet van art. 2:349a BW; bevel aan bestuurder getuigenverklaring af te leggen in procedure in Hong Kong; bestuurder partijgetuige; wettelijke grondslag.
  38. Incidentele vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging. Op voorhand kan niet worden aangenomen dat het verstekvonnis geen stand zal houden. Afweging belangen, vordering wordt afgewezen.
  39. Bevoegdheidsincident. Toepasselijkheid algemene voorwaarden. Battle of the forms. Artikel 6:225 lid 3 BW. Beroep op vernietigbaarheid artikel 6:233 aanhef en onderdeel b jo. artikel 6:234 BW. Bewijsopdracht
  40. Verzoeker niet-ontvankelijk in het wrakingsverzoek voor zover dat ziet op uitlatingen, gedragingen en beslissingen van de rechter ter zitting van 28 mei 2020, omdat het verzoek niet tijdig is gedaan. Wrakingsverzoek voor het overige afgewezen. Geen schending van beginsel van hoor en wederhoor nu de procedure nog loopt en verzoeker nog gelegenheid krijgt te reageren op de reactie van de wederpar...
  41. Verzoekster niet-ontvankelijk in het wrakingsverzoek. Van verzoekster had verwacht mogen worden dat zij het verzoek tot wraking uiterlijk binnen enkele dagen na ontvangst van de brief van 10 juli 2020 had gedaan. Het verzoek is ingekomen op 27 juli 2020. Dat is niet zodra de feiten of omstandigheden waarop het wrakingsverzoek is gegrond aan verzoekster bekend zijn geworden.
  42. Wrakingsverzoek afgewezen. De rechter heeft in de zaak van verzoekster aan iedere partij gelegenheid gegeven te reageren op elkaars standpunten en overgelegde stukken. Daarom werd aan verzoekster gevraagd te reageren op de stukken van de wederpartij. Geen houvast voor de stelling van verzoekster dat de rechter geen acht heeft geslagen op de door haar ingebrachte stukken. Het is niet aan de wrak...
  43. Verzoekster niet-ontvankelijk in het wrakingsverzoek omdat dit niet is ingediend zodra de feiten en omstandigheden, waarop het wrakingsverzoek is gegrond, aan verzoekster bekend zijn geworden. Verzoek is gegrond op uitlatingen, gedragingen en beslissingen van de rechter ter zitting van 14 juli 2020, alwaar verzoekster met haar advocaat tegenwoordig was. Het verzoek is eerst ingediend op 23 juli...
  44. Verzoekster niet-ontvankelijk in het wrakingsverzoek voor zover dat is gebaseerd op de inhoud van het tussenvonnis van 18 oktober 2019 (eerdere wraking op deze grond reeds afgewezen) en op het niet toezenden van de bijlagen bij de brief aan de deskundige (niet tijdig gedaan). Wrakingsverzoek voor het overige afgewezen. Verlenen van uitstel voor het uitbrengen van het deskundigenbericht is een p...
  45. Bevoegdheidsincident in een zaak tussen een in de V.S. gevestigde vennootschap en een moeder- en dochtervennootschap gevestigd in Venezuela. Eiseres baseert de bevoegdheid van de rechtbank op artikel 767 Rv. Is er tussen eiseres en de dochtervennootschap een rechtsgeldige arbitrageclausule voor Venezolaanse arbiters overeengekomen?
  46. KG. Strafvorderlijk beslag onder leningnemer. Zijn vorderingen tegen leninggever (gericht op alt. zekerheid) zijn in een eerder KG toegewezen maar niet uitvoerbaar bij voorraad verklaard. Afgewezen, want geen nova. Ook vorderingen tegen Staat afgewezen.
  47. Procesrecht. Kort geding. Opheffingskortgeding op voet art. 705 Rv; derdenbeslag op aandelen in Nederlandse BV gelegd voor vordering op Republiek Kazachstan; uitleg Kazachs recht; misbruik van recht naar Kazachs recht; motiveringsklachten. Immuniteit van jurisdictie; ‘act of state’ doctrine. Immuniteit van executie; maatstaf.
  48. Procesrecht. Kort geding. Opheffingskortgeding op voet art. 705 Rv; derdenbeslag op aandelen in Nederlandse BV gelegd voor vordering op Republiek Kazachstan; uitleg Kazachs recht; misbruik van recht naar Kazachs recht; motiveringsklachten. Immuniteit van jurisdictie; ‘act of state’ doctrine. Immuniteit van executie; maatstaf.
  49. Toewijzing vordering tot nakoming overeenkomst tot terugbetaling van betaalde voorschot in het kader van een aannemingsovereenkomst. Vordering niet betwist. Betalingsonmacht vormt geen beletsel voor toewijzing van de vordering.
  50. Verjaring, erfdienstbaarheid van parkeren.