Bel 033 4602302 of mail naar info@beslagrecht.nl

Burgerlijk procesrecht

  1. Burgerlijk procesrecht. Beslissing van meervoudige kamer van het hof na comparitie ten overstaan van één van haar leden. Is schikkings- en inlichtingencomparitie ook benut om partijen gelegenheid te geven hun standpunten toe te lichten?
  2. Arbeidsrecht. Procesrecht. Verzoek werkgever tot ontbinding arbeidsovereenkomst wegens disfunctioneren in eerste aanleg toegewezen. Hof wijst ontbinding toe op subsidiaire grond verstoorde arbeidsrelatie. Klachten werknemer over maatstaf art. 7:669 lid 3 sub g BW.
  3. Procesrecht. Art. 129 en 130 Rv. Wijziging van eis bij pleidooi in hoger beroep. Verzet daartegen. Ligt vermindering van eis besloten in eiswijziging? Uitleg verklaring ter terechtzitting. Processueel ondeelbare rechtsverhouding. Ambtshalve oproeping mede-erfgenamen op de voet van art. 118 Rv.
  4. Art. 81 lid 1 RO. Procesrecht. Verbintenissenrecht. Schadevergoeding wegens gebrekkige advisering door makelaar bij bemiddeling huur bedrijfsruimte. Procedure na cassatie en verwijzing (HR 23 december 2016, ECLI:NL:HR:2016:2993). Verwijzingshof wijst gevorderde exploitatieverlies toe. Taak hof na cassatie en verwijzing. Vóór cassatie ingenomen stelling.
  5. Kort geding. Verhaalsbeslag op onroerende zaken. Opheffing op grond van misbruik van bevoegdheid
  6. Een vof en vennoten zijn in eerste aanleg failliet verklaard. Vof komt middels een beroepschrift in hoger beroep. Advocaat onttrekt zich. Vennoten van de vof trekken door middel van een via de curator ingediende verklaring het hoger beroep namens de vof in. Het hof accepteert die intrekking niet. Het hof acht onvoldoende aannemelijk dat de vof en haar vennoten bij het opstellen van die intrekki...
  7. Blijkens artikel 1062 Rv kan de tenuitvoerlegging in Nederland van een arbitraal vonnis eerst plaatsvinden nadat de voorzieningenrechter daartoe op verzoek van een der partijen verlof heeft verleend. Een arbitrale uitspraak van de Arbiter Bodembeweging is naar het oordeel van de voorzieningenrechter geen arbitraal vonnis in de zin van het Burgerlijk Wetboek van Rechtsvordering. Verzoekers die v...
  8. Kort geding. Straat - en contactverbod. Geen feiten en omstandigheden gesteld die een straat- en contactverbod rechtvaardigen. Vordering afgewezen.
  9. Cassatieprocesrecht. Niet-ontvankelijkheid. Cassatieberoep te laat ingesteld; art. 426 lid 1 Rv. Verzoekschrift niet ondertekend door advocaat bij de Hoge Raad; art. 426a lid 1 Rv.
  10. Hoger beroep kort geding gebiedsverbod. Geen spoedeisend belang meer nu de termijn waarvoor de verboden van kracht waren inmiddels is verstreken. Evenmin nog belang bij vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging.
  11. Art. 81 lid 1 RO. Procesrecht. Verhoor partijgetuige nadat deze aanwezig is geweest bij verhoor andere getuige. Art. 179 Rv. Invloed op bewijskracht van verklaring van partijgetuige? Art. 164 Rv.
  12. Verkopers hebben, met een beroep op de in een tussen partijen gesloten aanvullende overeenkomst opgenomen bepaling, gebruik gemaakt van de daarin opgenomen mogelijkheid de tussen partijen gesloten koopovereenkomsten zonder opgaaf van redenen te ontbinden. De door kopers ingestelde vordering tot nakoming van de verbintenis tot levering van de huizen wordt afgewezen.
  13. Exequaturprocedure / verzoek tot tenuitvoerlegging Zwitsers arbitraal vonnis / bevoegdheid Nederlandse rechter / geen sprake van arbitrageovereenkomst als bedoeld in art. II lid 2 Verdrag van New York 1958 / uitspraak Bundesgericht / afwijzing van het verzoek op grond van de artikelen II lid 2 en V lid 1 sub a en sub e van het Verdrag van New York 1958 juncto artikel 1075 leden 1 en 2 Rv respec...
  14. Procesrecht. Vervolg op HR 5 oktober 2012, ECLI:NL:HR:2012:BV6698 en HR 23 december 2016, ECLI:NL:HR:2016:2995. Geschil over bestaan backserviceverplichtingen. Miskenning van de grenzen van de rechtsstrijd na cassatie en verwijzing?
  15. ne bis in idem in civiele procedure
  16. Externe bestuurdersaansprakelijkheid.
  17. Kort geding, exhibitie art. 843a Rv m.b.t. bescheiden deels aangaande derden toegewezen. Rechtsbetrekking(en) voldoende aannemelijk, bescheiden voldoende bepaalbaar. Belang faillissementsboedel staan niet aan exhibitie in de weg.
  18. Procesrecht. Verstekprocedure waarin een derde tussenkomt of zich aan de zijde van gedaagde voegt. Toepasselijkheid art. 140 lid 3 Rv. Verplichting derde de niet verschenen gedaagde van de voeging/tussenkomst op de hoogte te stellen. Omstandigheden waaronder niet-ontvankelijkverklaring wegens overschrijding appeltermijn achterwege blijft. Gedaagde in deze zaak kan alsnog appelleren (vgl. HR 3 o...
  19. Aansprakelijkheid VvE voor gebrekkige opstal niet beperkt tot bedrag dat wordt gedekt door verzekeringspenningen.
  20. Onteigeningsrecht; procesrecht. Werkzaamheden niet binnen drie jaar na onteigeningsvonnis aangevangen; art. 61 Ow. Billijke schadeloosstelling als bedoeld in art. 61 lid 2 Ow. Strekking en maatstaf. Punitief karakter? Bindende eindbeslissing?
  21. beroep op (het verzaken van) de klachtplicht op grond van artikel 39 van het Weens Koopverdrag (CISG) slaagt.
  22. internationale handelszaak waarin partijen twisten over de rechtsmacht van de Nederlandse rechter.
  23. Deelgeschil. Bevoegde rechter. Vermoedelijke bevoegdheid 1019x lid 1 Rv
  24. Deelgeschil. Bevoegde rechter. Vermoedelijke bevoegdheid 1019x lid 1 Rv.
  25. Procesrecht. Ontvankelijkheid in cassatie, art. 426a lid 1 Rv; verzoekschrift niet ondertekend door advocaat bij HR. Vormt art. 46 lid 4 Wet bescherming persoonsgegevens een uitzondering op art. 426a Rv? Gelijkheidsbeginsel.
  26. Procesrecht. Ontvankelijkheid in cassatie, art. 426a lid 1 Rv; verzoekschrift niet ondertekend door advocaat bij HR. Vormt art. 46 lid 4 Wet bescherming persoonsgegevens een uitzondering op art. 426a Rv? Gelijkheidsbeginsel.
  27. Procesrecht. Art. 32 Rv. Verzuim rechter om te beslissen over onderdeel van het gevorderde of verzochte. Mogelijkheid voor partij om rechter te verzoeken zijn uitspraak aan te vullen. Kan verzoek om aanvulling ook worden gedaan door de wederpartij?
  28. Art. 81 lid 1 RO. Procesrecht. Onrechtmatige daad; conservatoir beslag dat ongegrond wordt bevonden. Merkenrecht. Vervolg op ECLI:NL:HR:2016:1431. Causaal verband en schade; stelplicht en bewijslast. Proceskosten (art. 1019h Rv).
  29. Kan de Nederlandse rechter in deze zaak internationale bevoegdheid ontlenen aan artikel 25 Brussel I bis-Vo (forumkeuze) of aan artikel 7 Brussel I bis-Vo? Verstrekking van diensten of koop en verkoop van roerende lichamelijk zaken? Plaats waar de zaken volgens de overeenkomst geleverd werden of geleverd hadden moeten worden. Betekenis van de Incoterm Ex Works. In dit geval "ex works Sered SK".
  30. 843a Rv
  31. Deurwaarders renvooi art. 438 lid 4 Rv. Beslagene dient inkomsten en uitgaven winkel partner aan de deurwaarder over te leggen om beslagvrije voet te kunnen vaststellen.
  32. Hoewel er bij het verzoek tot het leggen van een conservatoir derdenbeslag geen vrees voor verduistering behoeft te worden gesteld, dient in het beslagrekest wel te worden gemotiveerd waarom het beslag nodig is. Dat wordt ook vermeld in de Beslagsyllabus 2019, A. Voorwaarden conservatoir beslag, onder punt 4: “In het beslagrekest zal moeten worden gemotiveerd waarom het beslag nodig is”. Met h...
  33. Beslagrecht. Verzoek tot het in bewaring geven van paarden afgewezen bij gebrek aan belang.
  34. Verzoek tenuitvoerlegging buitenlands arbitraal vonnis/ artikel 1075 RV/ artikel V Verdrag van New York (arbitrage)/geen schending van hoor en wederhoor/ geen inhoudelijke beoordeling/ oordeel OLG Stutgart t.a.v. Duits recht en Duitse openbare orde/ geen strijd met Nederlandse openbare orde.
  35. De stilzwijgende verlenging met 60 maanden van de service-overeenkomst is niet onredelijk bezwarend. Nu uit de overeenkomst en de verlenging daarvan niet enkel verplichtingen maar ook rechten (op afvalverwerking) voor de wederpartij oplevert en daarmee evenwicht in de verplichtingen over en weer herbergt, is niet reeds vanwege een wanverhouding daarin sprake van onredelijk bezwarendheid. De bep...
  36. Faillissementsrecht. Artikel 2:248 lid 7 BW. Leidinggevende in de onderneming geen feitelijk beleidsbepaler van de vennootschap: onvoldoende onderbouwd dat hij op gelijke voet met de juridische bestuurder beslissingen kon nemen of de juridische bestuurder beslissingen kon opleggen. Artikel 42 FW. Pauliana. Betaling vanuit de vennootschap aan deze leidinggevende en de bestuurder is vernietigbaar...
  37. Personenschadezaak
  38. Wrakingsverzoek afgewezen. Accepteren door de rechters van een stuk van de wederpartij, dat niet is opgesteld door de advocaat maar door de partner van de wederpartij; dat stuk ter zitting aan verzoeker doen uitreiken en aansluitend voortgaan met de behandeling ter zitting. Taak van de rechter ter zitting; het verloop van de zitting en de regie bepalen. Kritisch bevragen van verzoeker, mede gel...
  39. Wrakingsverzoek afgewezen met bepaling dat een volgend wrakingsverzoek van verzoeker in de kort geding procedure niet in behandeling wordt genomen. Het enkele gegeven dat de rechter op 16 november 2018 een voor verzoeker onwelgevallige uitspraak heeft gedaan en thans als voorzieningenrechter een kort geding tussen verzoeker en [naam eiser] te behandelen heeft, levert op zichzelf geen grond op v...
  40. Wrakingsverzoek afgewezen. Taak van de rechter ter zitting. De beslissingen van de rechter om verzoeker geen extra spreektijd toe te staan en om zijn nieuwe partner geen bijzondere toestemming te verlenen tot het bijwonen van de zitting met gesloten deuren behoren tot de bevoegdheden van de rechter ter zitting. De rechter heeft die beslissingen ter zitting gemotiveerd en die motivering is niet...
  41. Wrakingsverzoek afgewezen. Beslissing van de rechter ter zitting om ter zitting een beperkt aantal stukken van de wederpartij toe te staan, die goeddeels als bekend waren bij verzoekster. De door de rechter ter zitting gegeven juridische duiding en voorgehouden bewijslastverdeling betreft een inhoudelijke beslissing, die niet door de wrakingskamer kan worden getoetst. Het door de rechter ter zi...
  42. rechtsmacht Nederlandse rechter met betrekking tot een geschil over een aanvullende overeenkomst ter zake van geldlening. Bewijskracht van de aanvullende overeenkomst.
  43. Wrakingsverzoek afgewezen vzv het betrekking heeft op betrokkenheid van de rechter bij stichting [naam], omdat uit de toelichting van verzoeker blijkt dat er tussen hem en de rechter geen enkel (in)direct contact heeft plaatsgehad mbt de activiteiten van de stichting, terwijl verzoeker bovendien heeft verklaard ernaar te neigen te bedanken voor de hem aangeboden functie bij de stichting. De hui...
  44. Onbevoegdverklaring op grond van artikel 25 herschikte EEX-Vo.
  45. Wrakingsverzoek afgewezen. Een eerdere zaak tussen de procespartijen was reeds afgedaan en kon door de rechter dus niet worden samengevoegd of gezamenlijk worden behandeld met de thans behandelde zaak tussen partijen. De rechter heeft in haar schriftelijke reactie aangegeven dat zij verzoeker wel degelijk aan het woord heeft gelaten en naar zijn standpunt heeft geluisterd, hetgeen verzoeker nie...
  46. Wrakingsverzoek afgewezen met bepaling dat een volgend wrakingsverzoek van verzoeker in deze procedure niet in behandeling wordt genomen. Op grond van art 134 Rv kan de rechter bepalen dat geen gelegenheid zal worden gegeven voor pleidooien. Uit het pv van de comparitie blijkt dat partijen reeds mondeling hun standpunten hebben uiteengezet. De beslissing van de rechter dat partijen geen gelegen...
  47. Bewindvoerder vordert in kort geding schorsing van executie verstekvonnis. Toewijzing. Vermogen van gedaagde in bodemprocedure staat ten tijde van dagvaarden onder bewind vanwege problematische schulden. Bewind is gepubliceerd in het Centraal curatele- en bewindregister. Eiser in bodemprocedure heeft niet bewindvoerder, maar gedaagde gedagvaard. Gedaagde wordt bij verstek veroordeeld. Eiser gaa...
  48. Procesrecht. Art. 129 en 130 Rv. Wijziging van eis bij pleidooi in hoger beroep. Verzet daartegen. Ligt vermindering van eis besloten in eiswijziging? Uitleg verklaring ter terechtzitting. Processueel ondeelbare rechtsverhouding. Ambtshalve oproeping mede-erfgenamen op de voet van art. 118 Rv.
  49. Verklaring derde-beslagene. Artikelen 476a, 476b, 477a en 479a Rv.
  50. Artikel 337 lid 2 Rv. Hoger beroep van een tussenvonnis waarbij de rechtbank de vordering van gedaagden in het vrijwaringsincident en in het incident ex artikel 843a Rv heeft toegewezen. Verzoek om tussentijds beroep toe te staan door rechtbank afgewezen. Doorbrekingsjurisprudentie niet van toepassing. Appellanten niet-ontvankelijk verklaard.