Bel 033 4602302 of mail naar info@beslagrecht.nl

Insolventierecht

  1. Executierecht. Kort geding. Voorzieningenrechter wijst vordering 438 Rv toe. Het hof oordeelt echter dat niet aan de criteria voor schorsing vd executie is voldaan, nu geen sprake is van een misslag of noodtoestand. Belangenafweging?
  2. Faillissementsrecht. Geschil tussen curatoren en pandhouders over termijnstelling als bedoeld in art. 58 Fw. Verzoek om ontslag van instantie. Zekerheidsstelling voor de proceskosten?
  3. Pre-pack en faillissement ziekenhuis. Doorstart via activaovereenkomst. Aansprakelijkheidsmaatstaf stille bewindvoerders en curatoren. Is goodwillbeding in toelatingsovereenkomst een curatoren bindende regel? Dienden curatoren rekening te houden met belangen van medisch specialist?
  4. Faillissementsrecht. Verrekening. Bank verrekent op grond van art. 53 Fw verschuldigde huur met een vordering op de failliete verhuurder van het pand waarin de bank is gevestigd. Klacht dat een uitzondering moet worden aanvaard op de verrekenbevoegdheid van art. 53 Fw nu de verschuldigde huur een tegenprestatie is voor een prestatie die vanaf de faillietverklaring ten laste van de boedel moet w...
  5. Beëindiging surseance. Niet voldaan aan bepalingen die de rechtbank bij de surseance heeft gegeven. Liquiditeitsprognose toont aan dat de schuldeisers worden benadeeld. (ZIE OOK: ECLI:NL:RBMNE:2019: 2127)
  6. Art. 81 lid 1 RO. Verbintenissenrecht. Vennootschapsrecht. Faillissementsrecht. IPR. Heeft buitenlandse moedervennootschap (Centrale Bank van vreemde Staat) van een Nederlandse, later gefailleerde bank een garantie voor nakoming van verplichtingen van de dochter afgegeven? Toepasselijk recht. Immuniteit van executie? Peeters/Gatzen-vordering.
  7. Beëindiging schuldsaneringsregeling zonder schone lei. Toerekenbaar tekortgeschoten in de nakoming van de informatie- en afdrachtverplichting.
  8. Aanbod is niet het maximaal haalbare. Uitgangspunt is een Bbz-krediet met een omzet van € 33.900,- oplopend naar € 43.700,-. Winst in 2018 was al € 45.000. Krediet is gebaseerd op te lage inschatting. Hij werkt als zelfstandige minder dan in loondienst.
  9. Afgewezen verzoek tot (op eigen aangifte) faillietverklaring. Onvoldoende aannemelijk gemaakt dat sprake is van een te vereffenen vermogen. Aanvraag faillissement kennelijk met het doel de curator een procedure te laten voeren. Dit levert misbruik van recht op.
  10. Afwijzing verzoek dwangakkoord. Nakoming aanbod niet met voldoende waarborgen omkleed.
  11. Wijziging van de termijn van de schuldsaneringsregeling, artikel 349 a lid 3 Faillissementswet.
  12. Art. 350 lid 3 onder c en d Fw. Tussentijdse beëindiging nu de boedelachterstand en nieuwe schulden niet voor het einde van de regeling kunnen worden ingelopen. Met instemming van schuldenaar.
  13. wsnp-zaak. Schuldenaar in eerste aanleg niet-ontvankelijk verklaard bij gebrek aan minnelijk traject ex 285 lid 1 sub f Fw. In hoger beroep is aangevoerd dat het wanneer het faillissement van de schuldenaar door een derde is aangevraagd, dit moet worden gezien als een met redenen omklede verklaring dat er geen reële mogelijkheden zijn om alsnog tot een buitengerechtelijke schuldenregeling te ko...
  14. Recent Wsnp verzoek niet ontvankelijk ivm minnelijk traject welke een jaar en negen maanden geleden is afgerond. Hiermee is het aanbod aan de schuldeisers mogelijk gebaseerd op een onjuist percentage.
  15. afwijzing toepassing schuldsaneringsregeling
  16. Faillissementsrecht. Verrekening ex art. 53 lid 1 Fw door bank met schuld uit bodemverhuurconstructie. Is uitzondering van HR 22 december 1989, ECLI:NL:HR:1989:AD0995 (Tiethoff q.q./NMB) van toepassing?
  17. Afwijzing dwangverzoek. De schuldeisers tegen wie het verzoek zich richt, hebben geen vordering op verzoekster
  18. Afwijzing WSNP-verzoek. Buitengerechtelijke schuldregeling niet correct opgezet en uitgevoerd. Geen onderscheid gemaakt tussen schulden van vennootschap en privéschulden.
  19. Een vof en vennoten zijn in eerste aanleg failliet verklaard. Vof komt middels een beroepschrift in hoger beroep. Advocaat onttrekt zich. Vennoten van de vof trekken door middel van een via de curator ingediende verklaring het hoger beroep namens de vof in. Het hof accepteert die intrekking niet. Het hof acht onvoldoende aannemelijk dat de vof en haar vennoten bij het opstellen van die intrekki...
  20. Verzoek om belastingdienst te bevelen in te stemmen met aangeboden schuldregeling ex art. 287a Fw afgewezen. Fors financieel belang voor belastingdienst. Verwijtbaarheid belastingschulden. Concurrentieverstorend effect. Haalbaarheid aangeboden regeling.
  21. Artikel 287 a Fw. Afwijzing verzoek dwangakkoord omdat er voldoende spaarcapaciteit is om alle schulden binnen de termijn van drie jaar te kunnen voldoen. Er is geen sprake van de situatie dat de schuldenaar is opgehouden te betalen of dat te voorzien is dat hij niet zal kunnen voortgaan met het betalen van zijn schulden.
  22. Verzoekster heeft een baan voor 40 uur per week, maar ontvangt minder dan het minimumloon. Kan niet van worden uitgegeaan dat het minnelijk traject voor schuldeisers gunstiger is dan de WSNP; dwangverzoek ex art. 287a Fw afgewezen.
  23. Vordering van curator in kort geding afgewezen. Dat de bestuurders en een medewerkster van de failliete onderneming in strijd met een geheimhoudingsovereenkomst en met de arbeidsovereenkomst van die medewerkster cliënten actief hebben benaderd om zorg via een andere (door die bestuurders nieuw opgerichte) zorgverlener af te nemen is gemotiveerd betwist en is onvoldoende vast komen te staan om d...
  24. Minnelijk schuldregelingstraject niet correct; dwangverzoek ex art. 287a Fw afgewezen.
  25. Art. 81 lid 1 RO. Caribische zaak. Faillissementsrecht. Ondernemingsrecht. Zuid-Afrikaans faillissement. Bevoegdheid Curatoren ten aanzien van Stichting particulier fonds (SPF) naar het recht van Curaçao. Toepassing vreemd recht, art. 79 lid 1, onder b, RO. Oprichtersrechten bij SPF; aard en overdraagbaarheid. Onrechtmatige daad; misbruik van identiteitsverschil; onttrekken van vermogen ultimat...
  26. Schadestaatprocedure. Vervolg op arrest Hoge Raad van 1 mei 2015. Onrechtmatige daad Ontvanger doordat hij de schorsende werking van een verzetprocedure heeft genegeerd en vrijwel alle activa van B.V. heeft verkocht ter incasso van een belastingvordering, waarna de B.V. failliet is gegaan. In de hypothetische situatie zonder onrechtmatige daad zou de B.V. uiterlijk vier weken later failliet zij...
  27. Afwijzing verzoek toepassing schuldsaneringsregeling. Schulden niet te goeder trouw. Ontstaansdatum schuld. Vijfjaarstermijn. Beroep op hardheidsclausule niet gehonoreerd.
  28. Afwijzing verzoek toepassing schuldsaneringsregeling. Verzoeker had diverse ondernemingen. Door curator aansprakelijk gesteld. Die vordering ontbreekt op de schuldenlijst. Geen jaarstukken overlegd. Grote zakelijke schuld onvoldoende inzichtelijk gemaakt.
  29. Artikel 6 en 8 Faillissementswet. Verzet tegen faillietverklaring gegrond verklaard. E-mail-bericht onvoldoende om aan te merken als “horen". Dat het salaris van de curator en overige boedelschulden nog niet zijn voldaan staat in dit geval niet in de weg aan vernietiging. Niet summierlijk gebleken van vorderingsrecht. Faillissementsprocedure leent zich niet voor nader onderzoek.
  30. Stelling dat geen minnelijk traject is opgestart omdat dit te lang duurt bij de Kredietbank is onvoldoende om te kunnen vaststellen dat een minnelijke regeling niet tot de mogelijkheden behoort
  31. Beschikking inzake afkoop levensverzekering. Schuldenaar heeft zich verzet tegen afkoop levensverzekering. De rechter-commissaris heeft toestemming verleend de levensverzekering af te kopen nu een volledige AOW-uitkering in beginsel wordt aangemerkt als een voldoende voorziening voor het levensonderhoud na pensionering.
  32. Verzoek toepassing schuldsaneringsregeling afgewezen. Overbestedingsschulden. Nakomen verplichtingen: ondanks beschermingsbewind uitkering en toeslagen ontvangen op rekening verzoekster. Voldoende inkomen om huur en andere vaste lasten te betalen. Bovendien giften ontvangen van de kerk. Vanwege forse consumptieve bestedingen toch nieuwe achterstanden in vaste lasten ontstaan.
  33. De rechtbank is door schuldenares ten tijde van de toelating tot de schuldsaneringsregeling niet geïnformeerd over een aan schuldenares opgelegd contactverbod met haar kinderen. Schuldenares had ten tijde van toelating het contactverbod al meerdere malen overtreden, waardoor meerdere dwangsommen waren verbeurd. De rechtbank is van oordeel dat deze schulden niet ter goeder trouw zijn ontstaan...
  34. Toewijzing verzoek dwangakkoord (art. 287a Fw). Gemeente Rotterdam akkoord maar niet tegen finale kwijting. Artikel 60c Participatiewet. Rechtbank heeft ambtshalve de Gemeente Rotterdam als weigerende schuldeiser aangemerkt. Overige schuldeisers niet op de hoogte van de bevoorrechte positie van de gemeente.
  35. Verzoek moratorium wordt afgewezen. Verzoekster maakt ter zitting melding van een inmiddels uit haar woning verwijderde hennepkwekerij. Verweerster is in zowel de eerder gevoerde ontruimingsprocedure als onderhavige procedure hiervan niet op de hoogte geweest. De belangen van verweerster dienen daarom zwaarder te wegen dan het belang van verzoekster.
  36. Art. 18 Fw (hoger beroep bevel opheffing)/Criterium van art. 18 Fw/Bewijsvermoeden ex 2:248 BW leidt niet tot enige actie van de (voormalige en huidige) curator. Schuldeisers komen daartegen in het verweer. Patstelling tussen curator en schuldeisers. Realisatie van eventuele baten onvoldoende gebleken. Onbetaalde boedelschulden en geen vooruitzicht vergoeding hiervan. Afwijzing hoger beroep en...
  37. Afwijzing van het verzoek tot beëindiging van een surseance. Er is nog tijd om meer onderzoek te doen naar de wenselijkheid van handhaving van de surseance. Op dit moment niet aannemelijk dat groepen van schuldeisers daardoor zullen worden benadeeld. Aan voortzetting worden voorwaarden verbonden. (ZIE OOK: ECLI:NL:RBMNE:2019:2978)
  38. Verzet, ongegrond. Vordering aanvrager betaald, echter de faillissementskosten, waaronder het salaris van de curator, is ondanks aanhouding, niet betaald.
  39. Verzoek toelating schuldsanering ex artikel 284 Fw wordt afgewezen. De rechtbank oordeelt dat de schulden niet ter goeder trouw onbetaald zijn gebleven. Tevens is onvoldoende aannemelijk geworden dat verzoeker zoveel mogelijk baten voor de boedel zal verwerven.
  40. Verzoek dwangakkoord ex artikel 287a Fw. Het verzoek dwangakkoord wordt na een belangenafweging afgewezen vanwege de naar het oordeel van de rechtbank zwaarder wegende belangen van de weigerende schuldeiser.
  41. Verzoek voorlopige voorziening ex artikel 287b Fw toegewezen voor een termijn van zes maanden. Minnelijke schuldsaneringstraject nog niet gestart, ligt wel voor aanvang gereed. De financiële situatie is stabiel, verslaving onder controle en verzoekster ingebed in hulpverlening. Betaling van de lopende huurtermijnen is gewaarborgd.
  42. Verzoekster niet-ontvankelijk verklaard in haar verzoek om toewijzing van de voorlopige voorziening ex artikel 287b Fw. De schuldsaneringsregeling is minder dan tien jaar voorafgaand aan de dag waarop het verzoekschrift is ingediend ten aanzien van verzoekster van toepassing geweest en zonder schone lei beëindigd.
  43. Toepassing schuldsaneringsregeling
  44. Tussentijdse beëindiging schuldsaneringsregeling. Feiten en omstandigheden bekend geworden die ten tijde van indiening van het verzoek tot toelating reeds bestonden en die reden zouden zijn geweest het verzoek af te wijzen. Betaling van nieuwe bovenmatige schuld door derden moet worden beschouwd als gift en dient aan de boedel te worden afgedragen.
  45. Verzoek schuldsaneringsregeling afgewezen. Verzoeker was niet te goeder trouw in het laten ontstaan en/of onbetaald laten van de (zakelijke) schulden op de schuldenlijst die in 2014 t/m 2016 zijn ontstaan. Tevens is verzoeker bestuurder van een onderneming. Het zijn van bestuurder van een onderneming strookt niet met de beginselen van de schuldsaneringsregeling, vanwege de (financiële) risico’s...
  46. Afwijzing verzoek dwangakkoord. Verzoeker is bestuurder van een besloten vennootschap. Onvoldoende aannemelijk geworden dat het voorstel het uiterste is waartoe verzoeker in staat moet worden geacht. Daarnaast is onvoldoende gewaarborgd dat verzoeker het maximale ten behoeve van zijn schuldeisers zal afdragen.
  47. Verzoeker heeft zijn schulden niet te goeder trouw onbetaald gelaten. Rechtbank is van oordeel dat sprake is van een wending ten goede, waardoor het niet te goeder trouw onbetaald laten van zijn schulden niet in de weg hoeft te staan aan toelating van verzoeker tot de wettelijke schuldsaneringsregeling. Verzoek dwangakkoord toegewezen.
  48. Afwijzing verzoek tot tussentijdse beëindiging schuldsaneringsregeling op grond van artikel 350 lid 3 sub f Fw.
  49. Art. 81 lid 1 RO. Caribische zaak. Faillissementsrecht. Ondernemingsrecht. Zuid-Afrikaans faillissement. Bevoegdheid Curatoren ten aanzien van Stichting particulier fonds (SPF) naar het recht van Curaçao. Toepassing vreemd recht, art. 79 lid 1, onder b, RO. Oprichtersrechten bij SPF; aard en overdraagbaarheid. Onrechtmatige daad; misbruik van identiteitsverschil; onttrekken van vermogen ultimat...
  50. Verlenging van de schuldsaneringsregeling voor de duur van twee jaar, waarbij in het eerste jaar van de verlenging de volledige afdrachtplicht geldt en in het tweede jaar van de verlenging slechts het bewindvoerderssalaris.