Bel 033 4602302 of mail naar info@spigt.nl

Concurrentiebeding

  1. Arbeidszaak. Concurrentiebeding. De kantonrechter veroordeelt de werknemer tot betaling van een boete wegens schending van het overeengekomen concurrentiebeding, maar matigt de gevorderde boete van € 892.500,00 tot een bedrag van € 5.000,00.
  2. Misslag in arbeidsovereenkomst (naam wg). Overtreding concurrentiebeding. Beding is niet zwaarder gaan drukken. Hof wijst vordering wg tot nakoming en vordering wn tot schorsing van conc. beding beide gedeeltelijk toe.
  3. Voldoende aannemelijk geworden concurrentiebeding overtreden, waarmee contractuele boetes zijn verbeurd door werknemer. Subsidiair beroep op matiging boetes toegewezen.
  4. EJ, Arbeid, arbeidsovereenkomst met non-concurrentiebeding, ontbindende voorwaarde. bedrijfsgevoelige informatie, Arubaanse markt.
  5. Eindbeschikking na tussenbeschikking van 10 oktober 2018. De werkgever is geslaagd in het bewijs van haar stelling dat de werknemer fysiek geweld heeft gebruikt en collega’s verbaal heeft bedreigd. Op grond van bijkomende omstandigheden zijn deze gedragingen echter onvoldoende ernstig om als dringende reden voor ontslag op staande voet te kunnen dienen. Toekenning transitievergoeding, vergoedin...
  6. Arbeidszaak. Kort geding. Vordering van werkgever om twee werkneemsters te gebieden zich te houden aan het concurrentiebeding wordt afgewezen. Het concurrentiebeding, in feite een relatiebeding, is niet overeengekomen, omdat niet wordt voldaan aan de schriftelijkheidseis van HR 3 maart 2017, ECLI:NL:HR:2017:364 (Lodder).
  7. kort geding, non-concurrentiebeding in arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd
  8. ontbinding arbeidsovereenkomst, ernstig verwijtbaar handelen? transitievergoeding, billijke vergoeding, concurrentiebeding
  9. door werknemer ten onrechte genomen ontslag op staande voet; matiging gefixeerde schadevergoeding, vernietiging bepaling concurrentiebeding
  10. Arbeidsrecht WWZ; terecht ontslag op staande voet; oprichting concurrerende onderneming tijdens looptijd arbeidsovereenkomst; geen verdere matiging non-concurrentiebeding
  11. Werknemersverzoek ontbinding arbeidsovereenkomst. Billijke vergoeding afgewezen: geen ernstig verwijtbaar handelen wg. Eenzijdige en directe vrijstelling van werkzaamheden wel in strijd met goed werkgeverschap. Concurrentiebeding: Philips/Oostendorp
  12. kort geding; schorsing concurrentiebeding; geen ingrijpende wijziging functie; wel: onbillijke benadeling (art. 7:653 lid 3 onder b BW)
  13. Ontbinding arbeidsovereenkomst wegens ernstig verwijtbaar gedrag (onder de duiven van de werkgever schieten). Toekenning schadevergoeding aan werkgever. Tegenverzoek tot gedeeltelijke vernietiging concurrentiebeding toegewezen.
  14. Kort geding. Rechtsgeldig concurrentiebeding?
  15. Arbeidsrecht: concurrentiebeding.
  16. Concurrentiebeding. Artikel 7:653 lid 3 BW. Onbillijke benadeling. Belangenafweging. Kort geding. Beperkte belangen van werkgever bij handhaving van het concurrentiebeding wegen niet op tegen belang van werknemer bij recht op vrije arbeidskeuze.
  17. Concurrentiebeding. Artikel 7:653 lid 2 BW. Motiveringsplicht. Zwaarwegende bedrijfsbelangen. Concurrentiebeding in arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd (9 maanden) niet geldig omdat werkgever niet heeft voldaan aan de verzwaarde motiveringsplicht.
  18. Geen overtreding van het non-concurrentiebeding en het anti-ronselbeding (aftroggelbeding). Anti-ronselbeding in strijd met grondrechten: het recht op vrijheid van verplaatsing, het recht op privacy en het recht op vrije meningsuiting. (ZEI OOK: ECLI:NL:RBMNE:2019:403)
  19. Arbeidsrecht. Wwz. Concurrentiebeding in arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd. Aan de motiveringsplicht te stellen eisen. Maatstaf belangenafweging.
  20. Concurrentiebeding. Indiensttreding bij concurrent. Belangenafweging artikel 7:653 BW in nadeel van werknemer.
  21. Schorsing concurrentiebeding totdat in een bodemprocedure is beslist
  22. Kort geding. Schorsing concurrentiebeding.
  23. Non-concurrentiebeding in arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd. Werkgever heeft de zwaarwegende bedrijfsbelangen onvoldoende gemotiveerd, want te algemeen en onvoldoende specifiek. Vordering tot schorsing van het concurrentiebeding wordt toegewezen
  24. KG, schorsing non-concurrentiebeding, belangenafweging 7:653 (oud) BW
  25. Werknemer is in 2010 een arbeidsovereenkomst met een non-concurrentiebeding met een looptijd van 1 jaar overeengekomen met BL International. Met ingang van 1 januari 2017 gaat werknemer werkzaamheden verrichten voor een zustermaatschappij: BL Special Promotions. De daartoe opgestelde schriftelijke overeenkomst met een non-concurrentiebeding heeft de werknemer niet ondertekend maar partijen geve...
  26. Werknemer heeft door het verrichten van nevenwerkzaamheden en/of het (laten) starten dan wel (mede) drijven van een gelijksoortige onderneming in strijd gehandeld met het verbod op nevenwerkzaamheden en het non-concurrentiebeding in (art. 13 en 15 van) de arbeidsovereenkomst. Verzoek vernietiging onverwijlde opzegging afgewezen. Transitievergoeding, billijke vergoeding en vergoeding wegens onr...
  27. kort geding, belangenafweging valt uit in voordeel werknemer, gedeeltelijke schorsing concurrentiebeding
  28. Arbeidszaak. In kort geding wordt geoordeeld dat de werknemer het concurrentiebeding niet heeft overtreden, omdat hij in dienst is getreden bij een onderneming die geen zaak drijft “gelijk of gelijksoortig” aan die van de ex-werkgever. Bij de uitleg van het concurrentiebeding moet in dit geval met name worden gekeken naar de bewoordingen daarvan, omdat niet is gebleken van specifieke bedoeling...
  29. Concurrentie/relatiebeding Concurrentiebeding is overtreden. Nieuwe werkgever is gevestigd zowel buiten als binnen de werking van het concurrentiebeding. Werknemer in dienst (op papier) bij werkgever buiten de werking van het concurrentiebeding, maar herhaaldelijk, voor langere tijd aanwezig op de vestiging binnen de werking van het concurrentiebeding. Niet controleerbaar voor oude werkgever. D...
  30. WWZ. In de verzoekschriftprocedure wordt de ontbinding van de arbeidsovereenkomst (met onmiddellijke ingang) behandeld, alsmede de vraag of de werknemer ernstig verwijtbaar heeft gehandeld of nagelaten waardoor geen recht is op een transitie- of contractuele beëindigingsvergoeding. Billijke vergoeding. Concurrentiebeding.
  31. Werkgever handhaaft concurrentiebeding omdat zij niet wil dat haar werknemer (een electromonteur) overstapt naar de concurrent. Belangenafweging valt uit in het voordeel van de werknemer.
  32. kort geding; geen schorsing non-concurrentiebeding
  33. Kort geding, concurrentiebeding.
  34. Werknemer, een servicemonteur, heeft een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd met daarin opgenomen een concurrentiebeding voor vijf jaar. Werknemer vraagt schorsing van het beding omdat hij bij een andere werkgever aan de slag kan. Vordering wordt toegewezen nu o.a. onvoldoende onderbouwd gesteld is dat werknemer als servicemonteur over zodanige kennis en ervaring beschikt die uit concurren...
  35. Concurrentiebeding. Voldaan aan schriftelijkheidsvereiste. Geen ingrijpende functiewijziging. Vordering tot naleving concurrentiebeding toegewezen, echter beperking werkingsgebied.
  36. Concurrentiebeding zwaarder gaan drukken? Toepassing Brabant/Van Uffelen en AVM Accountants/Spaan.
  37. Kort geding, non-concurrentiebeding, detachering, art. 7:653 lid 2 Burgerlijk Wetboek, beperking van de duur van het concurrentiebeding
  38. Arbeidsrecht. Kort geding. Concurrentiebeding. Belemmeringsverbod van art. 9a Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs (Waadi). Voortzetting als zzp’er van werkzaamheden die eerst als gedetacheerd werknemer werden verricht. Geding na cassatie en verwijzing bij arrest van de HR van 14 april 2017, ECLI:NL:HR:2017:689. Toepassing maatstaven van dat arrest. Begrip arbeidsverhouding in de zi...
  39. Kort geding; schorsing concurrentiebeding. belangenafweging vals in het voordeel van werknemer uit; gedeeltelijke schorsing
  40. Kort geding. Concurrentiebeding.
  41. Arbeidsrecht: Vordering in kort geding tot schorsing van concurrentiebeding afgewezen.
  42. Arbeidsrecht WWZ; overtreding verbod op nevenwerkzaamheden; matiging boete; ernstige verwijtbaarheid werkgever/werknemer; gedeeltelijke vernietiging non-concurrentiebeding
  43. Schorsing van een concurrentiebeding op termijn. Belang van werkgever bij handhaving van het concurrentiebeding verwatert naar mate de tijd vordert, omdat werknemer geen contact meer heeft met klanten en werkgever gelegenheid heeft banden aan te halen.
  44. Kort geding. Vordering in kort geding tot schorsing concurrentiebeding afgewezen. Niet aannemelijk is dat het beding door reorganisatie aanmerkelijk zwaarder is gaan drukken. Wn mocht er ook niet op vertrouwen dat wg hem niet aan het beding zou houden bij overstap naar een concurrent. Het belang van wn bovendien onvoldoende zwaarwegend om tot schorsing te kunnen concluderen.
  45. WWZ-zaak. Kort Geding. Rechtsgeldigheid van een relatie- en non-concurrentiebeding in een tijdelijke arbeidsovereenkomst. Stelplicht en bewijslast in een bodemprocedure.
  46. Schorsing van het overeengekomen concurrentiebeding vooruitlopend op de uitspraak van de rechter in de bodemzaak.
  47. Overtreding non-concurrentiebeding door werknemer; Matiging boete; Onderzoek deskundige naar schade werkgever
  48. Artikel 7:653 BW, naar voorlopig oordeel geen sprake van onbillijke benadeling door concurrentiebeding, geen aanleiding voor vergoeding ex artikel 7:653 lid 5 BW, matiging relatiebeding in kort geding niet mogelijk
  49. Verzoek tot ontbinding arbeidsovereenkomst toegewezen op grond van verstoorde arbeidsverhouding. Geen sprake van ernstig verwijtbaar handelen werknemer. Tegenverzoek werknemer tot rectificatie afgewezen. Vernietiging concurrentiebeding.
  50. Concurrentiebeding blijft geldig, ook al zegt werknemer de arbeidsovereenkomst tijdens de proeftijd op om aansluitend bij de concurrent in dienst te treden, Op grond van redelijkheid en billijkheid wordt het bedrag beperkt tot 3 maanden.