Bel 033 4602302 of mail naar info@beslagrecht.nl

https://huurregels.nl/images/politiebureau.jpg

Concurrentiebeding

  1. Non-concurrentiebeding in arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd. Werkgever heeft de zwaarwegende bedrijfsbelangen onvoldoende gemotiveerd, want te algemeen en onvoldoende specifiek. Vordering tot schorsing van het concurrentiebeding wordt toegewezen
  2. KG, schorsing non-concurrentiebeding, belangenafweging 7:653 (oud) BW
  3. Werknemer is in 2010 een arbeidsovereenkomst met een non-concurrentiebeding met een looptijd van 1 jaar overeengekomen met BL International. Met ingang van 1 januari 2017 gaat werknemer werkzaamheden verrichten voor een zustermaatschappij: BL Special Promotions. De daartoe opgestelde schriftelijke overeenkomst met een non-concurrentiebeding heeft de werknemer niet ondertekend maar partijen geve...
  4. Werknemer heeft door het verrichten van nevenwerkzaamheden en/of het (laten) starten dan wel (mede) drijven van een gelijksoortige onderneming in strijd gehandeld met het verbod op nevenwerkzaamheden en het non-concurrentiebeding in (art. 13 en 15 van) de arbeidsovereenkomst. Verzoek vernietiging onverwijlde opzegging afgewezen. Transitievergoeding, billijke vergoeding en vergoeding wegens onr...
  5. kort geding, belangenafweging valt uit in voordeel werknemer, gedeeltelijke schorsing concurrentiebeding
  6. Arbeidszaak. In kort geding wordt geoordeeld dat de werknemer het concurrentiebeding niet heeft overtreden, omdat hij in dienst is getreden bij een onderneming die geen zaak drijft “gelijk of gelijksoortig” aan die van de ex-werkgever. Bij de uitleg van het concurrentiebeding moet in dit geval met name worden gekeken naar de bewoordingen daarvan, omdat niet is gebleken van specifieke bedoeling...
  7. Concurrentie/relatiebeding Concurrentiebeding is overtreden. Nieuwe werkgever is gevestigd zowel buiten als binnen de werking van het concurrentiebeding. Werknemer in dienst (op papier) bij werkgever buiten de werking van het concurrentiebeding, maar herhaaldelijk, voor langere tijd aanwezig op de vestiging binnen de werking van het concurrentiebeding. Niet controleerbaar voor oude werkgever. D...
  8. WWZ. In de verzoekschriftprocedure wordt de ontbinding van de arbeidsovereenkomst (met onmiddellijke ingang) behandeld, alsmede de vraag of de werknemer ernstig verwijtbaar heeft gehandeld of nagelaten waardoor geen recht is op een transitie- of contractuele beëindigingsvergoeding. Billijke vergoeding. Concurrentiebeding.
  9. Werkgever handhaaft concurrentiebeding omdat zij niet wil dat haar werknemer (een electromonteur) overstapt naar de concurrent. Belangenafweging valt uit in het voordeel van de werknemer.
  10. kort geding; geen schorsing non-concurrentiebeding
  11. Kort geding, concurrentiebeding.
  12. Werknemer, een servicemonteur, heeft een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd met daarin opgenomen een concurrentiebeding voor vijf jaar. Werknemer vraagt schorsing van het beding omdat hij bij een andere werkgever aan de slag kan. Vordering wordt toegewezen nu o.a. onvoldoende onderbouwd gesteld is dat werknemer als servicemonteur over zodanige kennis en ervaring beschikt die uit concurren...
  13. Concurrentiebeding. Voldaan aan schriftelijkheidsvereiste. Geen ingrijpende functiewijziging. Vordering tot naleving concurrentiebeding toegewezen, echter beperking werkingsgebied.
  14. Concurrentiebeding zwaarder gaan drukken? Toepassing Brabant/Van Uffelen en AVM Accountants/Spaan.
  15. Kort geding, non-concurrentiebeding, detachering, art. 7:653 lid 2 Burgerlijk Wetboek, beperking van de duur van het concurrentiebeding
  16. Arbeidsrecht. Kort geding. Concurrentiebeding. Belemmeringsverbod van art. 9a Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs (Waadi). Voortzetting als zzp’er van werkzaamheden die eerst als gedetacheerd werknemer werden verricht. Geding na cassatie en verwijzing bij arrest van de HR van 14 april 2017, ECLI:NL:HR:2017:689. Toepassing maatstaven van dat arrest. Begrip arbeidsverhouding in de zi...
  17. Kort geding; schorsing concurrentiebeding. belangenafweging vals in het voordeel van werknemer uit; gedeeltelijke schorsing
  18. Kort geding. Concurrentiebeding.
  19. Arbeidsrecht: Vordering in kort geding tot schorsing van concurrentiebeding afgewezen.
  20. Arbeidsrecht WWZ; overtreding verbod op nevenwerkzaamheden; matiging boete; ernstige verwijtbaarheid werkgever/werknemer; gedeeltelijke vernietiging non-concurrentiebeding
  21. Schorsing van een concurrentiebeding op termijn. Belang van werkgever bij handhaving van het concurrentiebeding verwatert naar mate de tijd vordert, omdat werknemer geen contact meer heeft met klanten en werkgever gelegenheid heeft banden aan te halen.
  22. Kort geding. Vordering in kort geding tot schorsing concurrentiebeding afgewezen. Niet aannemelijk is dat het beding door reorganisatie aanmerkelijk zwaarder is gaan drukken. Wn mocht er ook niet op vertrouwen dat wg hem niet aan het beding zou houden bij overstap naar een concurrent. Het belang van wn bovendien onvoldoende zwaarwegend om tot schorsing te kunnen concluderen.
  23. WWZ-zaak. Kort Geding. Rechtsgeldigheid van een relatie- en non-concurrentiebeding in een tijdelijke arbeidsovereenkomst. Stelplicht en bewijslast in een bodemprocedure.
  24. Schorsing van het overeengekomen concurrentiebeding vooruitlopend op de uitspraak van de rechter in de bodemzaak.
  25. Overtreding non-concurrentiebeding door werknemer; Matiging boete; Onderzoek deskundige naar schade werkgever
  26. Artikel 7:653 BW, naar voorlopig oordeel geen sprake van onbillijke benadeling door concurrentiebeding, geen aanleiding voor vergoeding ex artikel 7:653 lid 5 BW, matiging relatiebeding in kort geding niet mogelijk
  27. Verzoek tot ontbinding arbeidsovereenkomst toegewezen op grond van verstoorde arbeidsverhouding. Geen sprake van ernstig verwijtbaar handelen werknemer. Tegenverzoek werknemer tot rectificatie afgewezen. Vernietiging concurrentiebeding.
  28. Concurrentiebeding blijft geldig, ook al zegt werknemer de arbeidsovereenkomst tijdens de proeftijd op om aansluitend bij de concurrent in dienst te treden, Op grond van redelijkheid en billijkheid wordt het bedrag beperkt tot 3 maanden.
  29. Kort geding opheffing non-concurrentiebeding gedetacheerde werknemer. Strijd met belemmeringsverbod artikel 9a Waadi levert slechts gedeeltelijke nietigheid op. Uitleg non-concurrentiebeding. Belangenafweging. Afwijzing vordering.
  30. Duur concurrentiebeding. Beperking in tijd.
  31. duur concurrentiebeding
  32. Executiegeschil. Overtreding concurrentiebeding. Aantal verbeurde dwangsommen.
  33. Verzoek vernietiging onverwijlde opzegging afgewezen. Transitievergoeding, billijke vergoeding en vergoeding wegens onregelmatige opzegging afgewezen. De verzochte vernietiging van het concurrentiebeding eveneens afgewezen.
  34. De kantonrechter oordeelt, met het UWV, dat voldaan is aan de voorwaarden voor een opzegging wegens bedrijfseconomische omstandigheden. Daarbij oordeelt de kantonrechter dat voldaan is aan de herplaatsingsverplichting, waarbij eveneens gekeken is naar het concernverband in de zin van artikel 2:24b BW. Het verzoek tot vernietiging van de opzegging wordt afgewezen. De vernietiging van het concurr...
  35. Arbeidsrecht. Zaak van vóór de Wet werk en zekerheid. Vorderingen ter zake kennelijk onredelijk ontslag, concurrentiebeding en niet uitbetaalde ADV-uren. Op de verbintenis van de werkgever om aan de werknemer het hem toekomende loon te betalen is de klachtplicht van artikel 6:89 BW niet van toepassing. Het door een werkgever betalen van onvoldoende loon aan een werknemer is dus niet een “gebrek...
  36. Wwz; Ontbindingsverzoek werknemer door kantonrechter toegewezen; anders dan in eerste aanleg geen ernstig verwijtbaar handelen/nalaten werkgever; geen transitievergoeding/billijke vergoeding; eigen aandeel van werknemer in ontstaan conflict van belang; nevenvorderingen met betrekking tot concurrentiebeding; ovo; leaseauto; loon (Mak/SGBO).
  37. ontbinding arbeidsovereenkomst g -grond. Geen ernstig verwijtbaar handelen/nalaten werknemer, geen krachtens art. 7:653 BW afdwingbaar non-concurrentiebeding; niet in strijd gehandeld met belang onderneming. Transitievergoeding, geen billijke vergoeding. Afsplitsing tegenverzoek tot uitbetaling vakantiedagen.
  38. duur concurrentiebeding. Beperking in tijd
  39. Ontbinding arbeidsovereenkomst op grond van art. 7:669 lid 3 onderdeel e BW. Toekenning transitievergoeding. Matiging concurrentiebeding.
  40. concurrentiebeding, toestemming om bij concurrent in dienst te treden? kort geding, faillissement, doorstart
  41. Bij uitspraak van 8 augustus 2016 wordt de bij wege van incident gevorderde voorlopige voorziening afgewezen. Bij vonnis van 15 maart 2017 wordt het overeengekomen concurrentiebeding vernietigd.
  42. Schorsing concurrentiebeding voorlopige voorziening afgewezen.
  43. geheimhoudings- en concurrentiebeding. Stelplicht.
  44. concurrentiebeding. Belangenafweging valt uit in het voordeel van de werknemer.
  45. Concurrentiebeding. De voormalig werknemers zijn in dienst getreden bij een onderneming die direct concurreert met een deel van de werkzaamheden van hun voormalig werkgever. Matiging van de boete.
  46. Geen non-concurrentiebeding, toch verbod op concurrerende activiteiten. Onrechtmatige concurrentie na einde dienstverband. Ontslag op staande voet rechtsgeldig. Tegenverzoek tot gefixeerde schadevergoeding niet-ontvankelijk verklaard vanwege verval op grond van artikel 7:686a lid 4 BW.
  47. zwaarder drukken concurrentiebeding
  48. Vordering van werkgever tot nakoming concurrentiebeding in een voorlopige voorzieningenprocedure ex art. 223 Rv afgewezen (artikel 7:653 (oud) BW).
  49. Kennelijk onredelijk ontslag. Geen misleiding UWV. Concurrentiebeding terecht gehandhaafd. Overige omstandigheden onvoldoende om ontslag kennelijk onredelijke te maken.
  50. vordering schorsing concurrentiebeding, geen spoedeisend belang meer in hoger beroep, kosten eerste aanleg.